Eentje
Voor ik begin even een paar semi-zakelijke mededelingen:
Deze brief bevat een gedeelte* wat ik als ‘column van de co-host’ heb voorgedragen in de podcast “Looppraat”, waar ik sinds kort een van de nieuwe co-hosts van ben. Mijn debuutaflevering was met niemand minder dan Renske Dickhout, een awesome mountain/ultratrailrunner die een keuze maakte en een pad koos wat ik zeer bewonder. Het was een fijn gesprek en je kunt het hier terugluisteren: https://www.looppraat.nl/looppraat-117-renske-dickhout/
Ik ben, naast dat ik nu druk bezig ben om Nachtdier een lente- en zomerreprise te geven, voorzichtig begonnen met een nieuwe voorstelling. De werktitel is “Storingsvuur” en het stuk speelt in een (jawel) oorlogssituatie. Meer kan en wil ik er nog niet over kwijt, ik schrijf gestaag 1000 woorden per dag (hierover later nog wel eens meer) #1000wordsofsummer
De laatste tijd heb ik een paar zulke leuke sprekers- en presentatieklussen mogen doen, op mooie plekken, met bijzondere gasten, over verschillende onderwerpen en verschillende gelegenheden — als je me wilt boeken als presentator of dagvoorzitter, kun je mailen met contact@annerats.com
Het hardloopmagazine Mystical Miles nr 11 ligt in de winkel! Erin naast veel mooie zaken een long read van ondergetekende. Magisch realisme, zo je wilt, over verdwalen, onweer in de bergen en een chagrijnig oud wijf met een boterham met kaas.
“Je bent me er eentje”, zei hij.
“Inderdaad”, zei ik en ik liep weg. Ik had er geen behoefte aan. Die aloude truc waar in dit geval een man een vrouw met lichte spot uit balans probeert te brengen in de hoop dat ze hem op een voetstuk plaatst. Nu, weken later, besef ik dat hij dat misschien helemaal niet probeerde. Er sprak ontzag uit dat “eentje”. Een beetje angst misschien zelfs. Niet dat dat beter zou zijn.
Er is veel veranderd sinds ik Nachtdier maakte en speelde. In het repetitieproces vond ik woorden voor en durfde ik eerlijk te zijn over de onrust die zich al een tijd geleden meester had gemaakt van me. Ik gaf eindelijk toe wat ik al een heel tijd wilde zeggen. Ik liet de angst en woede toe die ik al jarenlang had opgeborgen. Mijn regisseur Elfie heeft altijd gezegd dat deze show “als een bevrijding” zou zijn. Marketingtechnisch vond ik dat een goede zin en verder vond ik het nogal om te sterven zo eng, maar ze had gelijk. Nachtdier was Bevrijdingsdag.
* Ik heb een aantal keer opgegeven in mijn leven. Het soort opgeven wat niemand opvalt, behalve jezelf. Je mond niet opentrekken als je dat wel moet doen. Je grens aangeven. Iemand aanspreken op gedrag wat voor jou niet werkt. Het is het soort opgeven dat je rationaliseert: "Ach, het was toch niet zo belangrijk. Pick your battles. Dit hoort er nu eenmaal bij.” En zo bouw je een leven op van kleine compromissen. Van acceptabele versies van jezelf. Netjes binnen de lijntjes. Niet té luid. Niet té boos. Niet té veel.
Een paar weken terug was ik eindelijk weer eens in de heuvels waar ik het liefste train. Het was een voorzichtig zomerse dag en ik liep ieder uur een andere heuvel. Op en af. IJzerenheinig. Naarmate de tijd verstrijkt, verandert het licht. Na twaalf keer is een struik aan de rechterkant van de heuvel een veel feller groen dan toen ik voor het eerst de heuvel bestormde. Opeens moet ik oppassen voor een boomwortel waar ik de keren hiervoor nog gemakkelijk op stapte. Het landschap verandert constant en ik loop constant door
Hill repeats zijn eigenlijk raar. Je komt precies nergens, er is geen grote ontlading. Geen vuurwerk. Gewoon een te lopen lijn. Maar ik hou ervan. Daar te lopen, in de mooiste bossen en het voelt als een revolutie. De heuvels van Berg en Dal hebben me niet veranderd. Ze laten me zien wie ik misschien eigenlijk stiekem al die tijd al was. Een ambitieuze doordouwer. Luid én stil. Boos én liefdevol. Veel. Vreugdevol.
Hoe langer ik loop, hoe meer ik mezelf word, zei ik ooit als gast in “Looppraat”. Misschien had ik toen wel gelijk.
Ik ben me er eentje.


